nieuws

Een huis is geen auto

30 juni 2026

Delft, 1980. Professor Moshé Zwarts, fanatiek voorstander van industrieel bouwen, geeft ons een opgave: ontwerp een mobiele schachtruimte voor vier personen, compleet met alle voorzieningen, geschikt voor massaproductie. Wij allemaal driftig aan de slag met slimme ontwerpen.

Na de presentaties laat hij triomfantelijk een kampeerbus zien. Kostprijs zonder motor: een fractie van wat wij hadden bedacht. We voelden ons behoorlijk dom.

Maar stel nu eens: dat busje was een woning geweest. Ontworpen in 1980, miljoenen keren geproduceerd. Had je er nu nog in gewoond? Geen gordels hadden we toen, geen airbags, geen airco, geen ABS, geen slimme sensoren. Die auto's hebben we allang vervangen. Ze gaan geen vijftig jaar mee, maar hooguit tien. Jaarlijks onderhoudskosten, depreciatie, na tien jaar afgeschreven.

En toen dacht ik: per vierkante meter is die kampeerbus misschien goedkoper bij miljoenen exemplaren. Maar wie wil er een miljoen identieke woningen? Kijk eens hoeveel verschillende auto's er rondrijden in Nederland. En ooit een auto gekocht? Je kiest uit standaardpakketten, niet aanpasbaar, trendgevoelig.

Begrijp me niet verkeerd: ik ben absoluut voor slimmer, industriëler bouwen. Gezien het tekort aan mensen móét dat ook. Maar dat is iets heel anders dan productontwikkeling met standaardfabrieken waar je hooguit een ander jasje voor je huis kiest.

Een huis is een plek om langdurig te wonen. Niet het blikje waar je per week twee uurtjes in zit om je te vervoeren. Die les van Zwarts was waardevol, maar de vergelijking rammelt.

Industrieel bouwen? Ja. Massaproductie van standaardwoningen? Laten we dat vooral niet doen.