nieuws

Toegankelijkheid en statiegeldblikjes

02 maart 2026

Jurriaan van Stigt

 

We maken alle woningen toegankelijk. Dat klinkt nobel, maar ik vraag me steeds vaker af: doen we dit wel op de juiste manier? De rolstoel van mijn 86-jarige moeder is een wonder op wielen: superlicht, wendbaar, opvouwbaar en passend in elke auto. De verlichting bedienen we via simpele IKEA-lampjes met een smartphone-app. Het openen van de voordeur? Ook via de telefoon, inclusief camera om te zien wie er aanbelt.

Bij de buren, in een huis uit 1890, installeerden we in één dag een stoeltjeslift op hun steile, smalle trap. Een flexibel lease-systeem, later herbruikbaar elders. De buurvrouw loopt nu met een moderne, lichte rollator en blijft gewoon in haar vertrouwde woning.

Ondertussen schrijven de voorschriften voor dat elke nieuwbouwwoning deuren van 900 millimeter breed krijgt, met draaicirkels van 1500 millimeter en infrastructuur die veel ruimte opslokt en geld kost. Alsof technologie is blijven steken bij bouwregels uit decennia geleden. Die fameuze drempel van 2 centimeter? Oplosbaar met een simpel wigelement – dat werkt prima in de 8,4 miljoen bestaande woningen.

Het doet me denken aan statiegeld op blikjes. Bedoeld om zwerfafval tegen te gaan, maar inmiddels hebben we vooral georganiseerd straatafval: overal inzamelpunten waar zakken vol blikjes worden gestort. Misschien was een verbod op blikjes wel slimmer geweest?

Echte duurzaamheid vraagt om flexibiliteit en innovatie, niet om halsstarrige regels die de werkelijkheid voorbijlopen. Voordat we alle woningen verbouwen naar één standaard of elke nieuwe woning blijven baseren op verouderde uitgangspunten, zouden we beter kunnen kijken naar wat er nú mogelijk is. Want soms is minder regel en meer maatwerk de slimste weg naar toegankelijkheid. Dat noem ik kritisch ontwerpdenken over duurzaamheid.