Afgelopen week verschenen meerdere onderzoeken over CO₂ en stedenbouw. Verschillende invalshoeken, dezelfde urgentie. Het is goed en noodzakelijk dat we als vakgemeenschap steeds meer weten én doen. Wat is onze focus precies?
Drie studies
BURA, LEVS architecten en Urban Climate Architects presenteerden vorige week Low Carbon Urbanism: een onderzoek over materiaalgebonden CO₂ van gebouw tot gebied. Deze week kwam ook de publicatie Carbon-Based Urbanism van CITYFÖRSTER, PosadMaxwan en de Gemeente Rotterdam over de invloed van stedenbouw op verschillende gebruiksvormen en bijbehorende uitstoot. Een recent onderzoek van de Universiteit van Amsterdam (o.a. Savini, Kopp en Hochstenbach) benadert woningbouwopzet en uitstoot als kwestie van socio-economische ongelijkheid.
De gedeelde boodschap
In al deze stukken is het duidelijk dat stedenbouw geen decor is, maar de belangrijkste knop om aan te draaien. Alle drie wijzen naar soortgelijke beslissingen over locatie, dichtheid en mobiliteit.
Carbon-Based Urbanism focust op welke soort wijkstructuren tot structureel hogere emissies leiden in verschillende stedelijke gebruiksvormen: van mobiliteit tot levensstijl. Low Carbon Urbanism legt de nadruk op de materiële basis. Welke uitstoot brengen dichtheid en materialen (voor wijdse infrastructuur of juist hoge bebouwing) nú met zich mee? Het UvA onderzoek voegt hier een kritische blik op de sociale verdeling van emissies aan toe. Verschillende lenzen, dezelfde conclusie: stedenbouwkundige keuzes bepalen de klimaatimpact.
CO₂ uitstoot: nu of later?
Met Low Carbon Urbanism maken we een belangrijk onderscheid: er is een tijd-kritisch verschil tussen gebruiks-emissies en materiaalgebonden CO₂. Gebruiks-emissies kunnen in de toekomst nog gedeeltelijk veranderen door elektrificatie, netvergroening en gedrag. Materiaalgebonden CO₂, aan de andere kant, heeft nú een directe, onomkeerbare impact. Die uitstoot komt vrij bij onze huidige en aankomende bouwplannen, precies in het decennium waarin de uitstoot volgens Parijs het hardst omlaag moet.
In de vroege fase (beleid, visie, stedenbouwkundig plan) leg je enorme hoeveelheden embodied carbon vast die je later niet meer kunt wegontwerpen. Hergebruik, transformatie, minder nieuwbouw, materiaalkeuzes en vooral minder parkeergarages voorkomen die vroege CO₂ piek.
Niet óf-óf, maar én-én
Duurzame stedenbouw is geen kwestie van interpretatie, maar coherente besluitvorming over ruimte, mobiliteit, materialen én verdeling. Als we de Parijsdoelen serieus nemen, moeten we nú cruciale keuzes maken die meerdere vliegen in één klap slaan:
- embodied carbon in de bouwprojecten van nú aanpakken;
- de materiaal- en energietransitie blijven aanjagen;
- een stedenbouwkundig fundament leggen dat in de toekomst duurzaam gedrag stimuleert (ongeacht de sociale achtergrond).
Oftewel: we moeten aan meerdere knoppen tegelijk draaien, en op de korte termijn is materiaalgebonden CO₂ de knop met de meest directe impact. Daarom hoort in elk plan de vraag: hoeveel CO₂ stoten we in deze cruciale jaren al uit, en hoeveel kunnen we vermijden?
Aan de slag
Wat we hiervoor nodig hebben zijn praktische handvatten voor ontwerpers, gemeenten en ontwikkelaars. Download hieronder de gratis PDF van Low Carbon Urbanism.